Ab van ‘t Hof (m) maakt zich sterk tegen de vergunning. Foto: aangeleverd

INGEZONDEN – C. de Lange

Nog maar een half jaar geleden maakte de gemeente Medemblik een einde de illegale huisvesting van arbeidsmigranten aan de Dijkweg. Dit tot grote opluchting van de omwonenden, die jarenlang last hadden van veel overlast. Maar vlak voor Kerst sloeg de schrik hen opnieuw om het hart: in een brief kondigde de gemeente Medemblik aan dat de eigenaar van het pand een woonvergunning aangevraagd heeft bij de gemeente. Als die toegekend wordt, begint alle ellende weer van voor af aan, zo vrezen de buurtbewoners.
Ab van ‘t Hof is een van de bewoners die zich sterk maakt tegen de vergunning. Van ‘t Hof: “Er is hier de afgelopen jaren veel gebeurd. Dronkenschap, schreeuwen en harde muziek tot diep in de nacht, parkeeroverlast, om maar eens iets te noemen, en het was bijna dagelijks raak. De eigenaar gaf nooit thuis en de mensen aanspreken was zinloos: ze hadden niets met ons te maken. We waren bijna kind aan huis bij de gemeente Medemblik, waar heel wat klachten ingediend zijn. En we waren allemaal enorm opgelucht dat de gemeente korte metten maakte met de illegale huisvesting. Na jaren ellende was er eindelijk weer rust.”

“We zijn verbijsterd dat de eigenaar van het pand een woonvergunning aangevraagd heeft. Dit willen we niet nog eens meemaken. De overlast staat ons nog haarscherp op het netvlies, net als de dovemansoren van de eigenaar. Het is te gek voor woorden dat hij hier opnieuw arbeidsmigranten wil huisvesten. De geschiedenis leerde dat dit niet goed uitpakte, als buurtbewoners zijn we, zacht gezegd, niet optimistisch over deze nieuwe plannen.”

De buren hebben zeker oog voor het feit dat arbeidsmigranten toch érgens moeten wonen. “Uiteraard, maar dan wel op de juiste plek. In de polder is ruimte genoeg, er zijn heel wat agrariërs bereid om hun werknemers op eigen terrein onderdak te bieden. Een buurt is daar simpelweg niet geschikt voor, dat is inmiddels wel bewezen. Als buurt zullen we er alles aan doen om te zorgen dat we niet nog eens jarenlang in de sores komen te zitten.”