Rinske Mantel (rechts) en Sandra Voors (links). Foto: aangeleverd

‘Je kunt je beter niet uitkleden voor je te bed gaat, anders krijg je het koud en ga je bibberen’, luidt een oud spreekwoord. Het betekent zoiets als: geef niets weg wat je later misschien zelf nog nodig hebt.

Zo denkt mijnheer R., een weduwnaar, er ook over. Hij heeft in de loop van zijn leven een aardig vermogen opgebouwd, maar dat zit voornamelijk in de stenen van de eigen woning. Ooit zullen zijn drie kinderen dat bezit erven. Maar dan staat meteen de fiscus op de stoep voor de erfbelasting. Zonde, vindt hij.

Het liefst zou hij zijn kinderen daarom nu al een deel van hun toekomstige erfenis schenken. Maar bij gebrek aan liquide middelen moet hij dan het huis verkopen waar hij zo prettig woont. Bovendien: hij is altijd zelfstandig geweest en heeft amper pensioen opgebouwd, dus misschien heeft hij straks zijn vermogen nodig om in zijn levensonderhoud te voorzien.

Of ik een oplossing weet? Die is er: mijnheer R. kan zijn kinderen jaarlijks een schenking doen op papier. Hij maakt dan niet echt geld naar hen over, maar tekent als het ware een schuldbekentenis. Bij zijn overlijden kunnen de kinderen die schuld opeisen. Dat gaat ten koste van hun erfdeel, maar dat is juist de bedoeling: hoe hoger de schuld, hoe kleiner het erfdeel, hoe lager de erfbelasting.

Om gebruik van deze regeling te kunnen maken, gelden twee harde voorwaarden: de schenking moet (jaarlijks) worden vastgelegd in een notariële akte. En er moet een wettelijk vastgelegde rente van 6 procent over worden berekend. Dat rentebedrag moet bovendien elk jaar daadwerkelijk worden betaald, want anders accepteert de belastingdienst de regeling niet en moeten de kinderen alsnog het volle pond aan erfbelasting betalen.
Wij maken geregeld mee dat de overleden schenker is vergeten de verplichte rente over te maken. Wees alert, want anders is alle moeite voor niets gedaan.

Bron: Algemeen Dagblad,
woensdag 11-11-2021