Paul van Egdom. Foto via Veiligheidsregio Noord-Holland Noord

Bollenkweker Paul van Egdom (50) is salesmanager bij en mede-eigenaar van het Andijker Lily Company, een bollenbedrijf dat zich toelegt op de teelt en export van lelies. Vijf jaar geleden startte het bedrijf met het zelf huisvesten van Poolse arbeidsmigranten. Die waren afgelopen voorjaar net weg toen de oorlog in Oekraïne uitbrak.

Half maart kreeg hij een telefoontje van de gemeente met de vraag of het bedrijf ets kon betekenen in de opvang van Oekraïense vluchtelingen. “De drie units die wij hier hebben staan voor de seizoenarbeiders, bieden plaats aan twaalf bedden. Die units stonden leeg. Het ging om een eerste opvangfaciliteit, voor maximaal zes weken.”

Snel schakelen
“Deze vluchtelingen hadden alleen het hoogstnoodzakelijke bij zich. In een Whats-App-groep heb ik een oproep gedaan voor o.a. beddengoed. Een paar vrienden hebben de units schoongemaakt en een paar anderen hebben de koelkasten gevuld. Binnen 48 uur was de klus geklaard voordat op 25 maart de eerste mensen arriveerden.”

Paul van Egdom
“Vluchtelingen met jonge kinderen opvangen was voor ons geen optie vanwege de bedrijfsactiviteiten hier. Huisdieren konden prima. In totaal hebben we tien mensen opvang geboden.” Paul vervolgt: “Bij aankomst waren ze allemaal verreisd en vooral totaal uitgeput. Ik weet niet hoeveel ze van alle oorlogstaferelen hebben gezien, maar ik denk meer dan ze hebben verteld. Ze functioneerden puur op adrenaline, hebben zeker vier weken nodig gehad om een heel klein beetje tot rust en tot zichzelf te komen. Dat is uiteindelijk gelukt, maar toen ze aankwamen waren het echt opgejaagde oorlogsvluchtelingen.”

Comfort en privacy
De reden dat deze mensen komen is niet leuk. “Maar onze units hebben veel comfort. Goede bedden, keuken, badkamer, tv, koelkast, wasmachine. Dat betekende voor die mensen vooral ook privacy. En dat hadden ze al even niet meer gehad.” Het was de bedoeling dat de vluchtelingen hier maximaal een week of zes zouden blijven. Dat is langer geworden, er was ook geen harde noodzaak dat ze weggingen en elk bed was er één.

Doorstroming
“De eersten vertrokken eind juni, daarna nog een deel half juli en de laatsten zijn nu net pas een week weg. Allemaal zijn ze doorgestroomd naar andere opvangplekken. Dat moest nu ook echt, want ik heb de units nu weer hard nodig voor het bedrijf. Voor ons zit de piek van het werk er aan te komen.”

Goed contact
“Met de vluchtelingen die hier verbleven heb ik goed contact gehad. We hebben geprobeerd er voor hen het beste van te maken. Ze hebben huis en haard achtergelaten, ik weet niet hoe dat moet voelen, maar die wetenschap was voldoende om ze hier niet aan hun lot over te laten. Sommigen hebben we zelfs aan werk kunnen helpen, bij ons of bij bedrijven in de buurt.”

Hulp en dank
“De gemeente heeft zich in alle opzichten enorm flexibel opgesteld. De steun van de werkelijk fantástische vrijwilligster, Charlotte Schuurman was geweldig. Niets was haar te veel en zij heeft altijd oog voor de menselijke maat gehouden. Ze runt nu samen met anderen de centrale opvang in Andijk.”
Paul sluit af: “Het geeft een goed gevoel als je mensen zo kunt helpen. Je kunt alleen maar hopen dat het zo goed uitpakt als ze zo beschadigd en uitgeput aankomen. De dankbaarheid die ze hebben getoond, is hartverwarmend. Dat ze zolang zijn gebleven en een aantal hier nu werkt is ook veelzeggend. Ik vind het mooi dat we dit voor medemensen in acute nood hebben kunnen doen.”