woensdag 24 april 2024
spot_img

Ingezonden: Bevrijding

Mijn moeder heet Bets Kooiman-de Vries en ze woonde toen aan het Hornpad. Ze was 10 jaar toen Nederland werd bevrijd.

Het uitbreken van de 2e wereldoorlog heeft wel veel betekend in ons leven. De ‘ondergrondse’ was al snel actief in Andijk. Piet Bloemendaal, een vriend van mijn ouders, kwam dan met een blaadje onder zijn jas en liet dit aan mijn vader lezen waarna hij weer ging. Wel waren er onderduikers bij onze buren en daar mochten wij niet mee praten. We wisten hun namen ook niet. Op een keer was er een razzia en kwamen Duitse soldaten de brug over en vroegen aan mijn moeder of er jongens waren. Nou, die waren er niet, ze zaten helemaal achter in het grasland in een droge sloot. Vaak kwam er iemand langs van de ondergrondse om te waarschuwen. Dan had hij een blaadje in de voering van zijn jas en daar stonden dan gegevens op, maar we leerden al vrij snel dat we onze mond moesten houden. Gaandeweg werd het eten minder en op een gegeven moment was er geen elektriciteit meer. Het was een arme tijd, maar omdat mijn vader een flinke groentetuin had, met aardappels en groente en bonen was er die eerste jaren altijd wel wat te eten, maar wat is er veel hongergeleden. Je hoorde de vliegtuigen, en zag de Duitsers. Alles kwam op de bon en er kwamen natuurlijk onderduikers en tenslotte werden de winkels steeds leger. Tijdens de hongerwinter kwamen Bob en Corrie de Haan uit Amsterdam aan de deur om eten. Mijn moeder maakte snel wat aardappelen en een potje snijbonen klaar. Ze waren zo koud en hongerig, en zo dankbaar. Ze zijn een paar dagen gebleven. Later ben ik daar met mijn zus nog geweest te logeren en namen ze ons mee naar Artis. Dit was natuurlijk een hele belevenis. Ook waren ze op onze bruiloft.

’s Avonds moest alles verduisterd zijn, en mocht je absoluut geen licht zien. Sommige mensen zaten binnen op een fiets om toch wat licht te hebben. Toch wisten we niet veel van wat er allemaal speelde. Er was wel iets bekend over de Jodenvervolging, maar lang niet alles wat we later hoorden.

Ik haalde altijd Tine Dijkstra op om samen naar school te gaan, maar twee dagen voor de bevrijding zijn twee broers van haar, Gosse en Ruurd doodgeschoten. Toen moest ik van mijn moeder vrouw Dijkstra condoleren en dat vond ik zo’n moeilijk woord! Ik was natuurlijk ook zenuwachtig, maar het ging goed gelukkig. En toen vroeg vrouw Dijkstra of ik de jongens nog wilde zien. Dit beeld staat op mijn netvlies, twee kisten naast elkaar in dat kamertje. Ik was nog maar een kind, en wist niet wat ik ermee moest. Ik weet nog wel dat ik dacht; “Dank U Here God dat ik geen broers heb.” Ja, hoe krom kun je als kind denken. Het was heel verdrietig, omdat er nog twee jongens waren doodgeschoten. Het werd een hele grote begrafenis, de kerk was te klein en ik weet nog dat we zongen: ”Ik had een wapenbroeder, nu heb ik hem niet meer.” Het was een grote schaduw over de blijdschap van de bevrijding.

En toch werd later de bevrijding gevierd met buurtfeesten, erepoorten en praalwagens. Ik moest oranje lint halen bij Bootsman, maar het was er zo druk dat je bijna werd platgedrukt. De grote mensen gingen allemaal voor, maar uiteindelijk had ik toch nog wat. Dat lint kregen we zondags op naar de kerk. Bij bakker Visser stonden nog Duitse soldaten, maar wij liepen er trots langs. Ik weet nog hoe ik me voelde, heel erg blij na het verdriet van de oorlog.

Netty van Dokkum

Vorig artikel
Volgend artikel

ADVERTEREN
in de Andijker?

klik hier voor INFO

Meest gelezen laatste 7 dagen