Het is 3000 jaar geleden.
De klok slaat elf keer.
De deur van het heiligdom staat open, de vrouw gaat naar binnen en zoekt stilletjes een plekje achterin.
Haar lippen bewegen. Ze prevelt onhoorbaar. Er rollen tranen over haar wangen.
Ze praat in gedachten tegen God.

De oude priester zit in zijn stoel. Meestal dommelt hij de hele dag. Zelden wordt zijn heiligdom nog bezocht. Als hij de vrouw in het oog krijgt voelt hij eerder ergernis dan blijdschap over haar aanwezigheid.
Ze blijft maar prevelen. Is ze dronken?

De priester wil haar wegsturen. Ze heeft niets bij God te zoeken. ‘Ga weg en zorg dat je roes kwijtraakt.’

De priester vergiste zich. Nog een wonder dat Hanna, want zo heette de vrouw, niet kwaad wegliep. Ze vertelt hem dat ze verdriet heeft. Ze kwam uithuilen. Waar kan je dat beter doen dan op een plek waar God is? De priester schaamt zich diep. Geen wonder dat er nooit meer iemand kwam. Zou hij zijn lesje geleerd hebben?

Onze kerk staat ook open. Midden op de dag van 11.00 – 12.00 uur.
Misschien heb je geen hoge pet op van de kerk of van de dominee.
Laat je er niet door weerhouden. Ga gewoon naar binnen.
Je gaat naar de kerk omdat je hoopt iets van God te ervaren. En omdat je zorgen wilt delen met Hem die beter luistert dan welke priester of dominee ook.

Ga zitten waar je wil. Je mag prevelen, in je bijbeltje lezen, bidden of alleen maar even stil zijn.

Komt een vrouw in het heiligdom. God stuurt niemand weg.

ds. Koos Staat