Jolien gaat op de fiets door het dorp voor interviews. Foto: PL/De Andijker

De eerste keer dat ik iemand voor De Andijker ging interviewen, was ik best nerveus. Ik dacht dat iedereen aan me kon zien dat ik een ‘groentje’ was die dit nog nooit gedaan had. Daarom had ik van tevoren een hele tijd zitten broeden op een flink aantal goede vragen. En op de dag zelf trok ik mijn mooiste jurk aan en een paar hakken, voor een zelfverzekerd gevoel. Ook nam ik een gloednieuw notitieblok mee en drie (!) pennen, want ja er zou er maar eens één mee ophouden… Toen ik bij de desbetreffende man thuis kwam, wilde hij eerst graag zijn groentetuin laten zien; daar liep ik dan op mijn hoge hakken door de modder. Maar het ijs was gebroken en het interview ging als vanzelf.

Sindsdien heb ik veel interviews mogen doen voor De Andijker. Op die manier heb ik veel leuke dorpsgenoten leren kennen. Van jonge kinderen tot een meneer die bijna 100 jaar was. Regelmatig maak ik nog een praatje met mensen die ik jaren geleden heb geïnterviewd. Voor het interviewen zelf ben ik gelukkig niet nerveus meer, maar voor de zekerheid neem ik nog wel altijd drie pennen mee.

Van cavia’s tot korfbal
Als ik de opdracht krijg voor een interview, zoek ik eerst op internet wat ik over die persoon of het bedrijf kan vinden. Zo weet ik een beetje wat ik kan verwachten en kan ik, met een beetje geluk, alvast een originele insteek voor het artikel bepalen. Regelmatig krijg ik onderwerpen waar ik helemaal niets van weet, zoals korfbal, auto’s restaureren of cavia’s fokken. In die gevallen lees ik me ook in het onderwerp in, zodat ik goed beslagen ten ijs kom. Af en toe lijken opdrachten mij in eerste instantie wat saai, maar vaak is juist het tegenovergestelde waar. Een van mijn interessantste gesprekken ooit had ik met een loodgieter, terwijl ik van tevoren had gedacht: ‘Wat kan ik dáár nou over schrijven?’ Als mensen met passie ergens over vertellen, dan steekt er eigenlijk altijd wel een mooi verhaal in dat een breed publiek zal aanspreken.

‘Andijker geheimpjes’
De mensen die ik interview zijn heel verschillend. Sommigen steken meteen van wal, zodra ik de deur binnenstap. Het is dan soms niet eens nodig om vragen te stellen en ik zit dan een uur lang driftig te pennen om alle mooie verhalen op te schrijven. Anderen zijn wat meer verlegen en vinden het heel spannend om geïnterviewd te worden. Ik begin dan vaak met de makkelijke vragen als ‘Hoe spel je uw naam’ (een simpele, maar belangrijke vraag, want is het nou bijvoorbeeld ‘Kees’ of ‘Cees’?). Het is altijd fijn als ik merk dat mensen zich op hun gemak voelen en vrij gaan vertellen. Mensen delen best vaak persoonlijke dingen. Ik hoor dan ook regelmatig ‘Schrijf dat maar niet op!’ of ‘Zet dat maar niet in de krant!’ Zo ken ik inmiddels best wat Andijker geheimpjes. Maar de mooiste verhalen mag ik gelukkig meestal gewoon met jullie delen.

Dus heb je nog een bijzondere hobby, (te) gekke verzameling of ‘gewoon’ een leuk verhaal? Laat het ons weten en wie weet sta ik of één van mijn collega’s binnenkort bij jou op de stoep voor jouw ‘3 minutes of fame’! Jolien Harders