Ik ben niet op mijn mondje gevallen. Wat niet betekent dat ik nooit met een vol tanden sta.
Ik kwam in een discussie terecht. Over God en over epidemieën. In de middeleeuwen geloofde men dat de pest door God gezonden was. Hoe zit dat met het coronavirus?
Ik werd aan de tand gevoeld.

De vraag naar het verband tussen God en corona is voor wie niet in God gelooft een non-issue. Voor alle andere mensen komt het probleem hier op neer: Hoe kun je vertrouwen hebben in een liefdevolle God als Hij Corona stuurt dan wel toelaat?

Veel verder dan stamelen dat rampen, epidemieën en natuurgeweld gebeuren omdat we in een gebroken wereld leven kwam ik niet.
God stuurt ze niet, zei ik nog.
Maar hoe zit het dan wel?

Is het erg om soms met een mond vol tanden te staan? Als zelfs Jezus aan het kruis geen antwoord kreeg op zijn vraag: Waarom hebt U mij verlaten?, hoe kunnen wij dan verwachten overal antwoord op te krijgen?

Sommige antwoorden komen later. Aan één ding houd ik me vast: aan de naam van God. Zijn naam, Heer, in het Hebreeuws Jahweh, betekent: Ik zal er bij zijn.
Dus niet: Ik zal alles vóór zijn. Maar wel: Ik zal er voor je zijn.

Dat geeft mij vertrouwen in de toekomst.
Ik mag dan met een mond vol tanden staan, maar ik sta niet met lege handen.

Ds. Koos Staat