Een gesneuveld raam. Foto aangeleverd

Een uitspraak die je eigenlijk niet in een dorp als Andijk zou verwachten. Maar helaas is dit de keiharde realiteit. Nadat eerst het oude ballenhok op het voormalig Asonia terrein in de brand was gestoken in het weekend van 11 en 12 maart werd de buurt rond het tennispark van TV Atlas opgeschrikt door het lawaai van sneuvelende ruiten. Vandalen waren over het hek geklommen en leefden zich met stoeptegels uit op de ramen van de tenniskantine.

Ondanks dat de ramen uit speciaal dikker veiligheidsglas bestonden is het de onverlaten toch gelukt om twee ramen te vernielen en een grote ravage achter te laten. Met als gevolg glassplinters verspreid over het terras en door de hele de kantine.
Dat het puur om vandalisme gaat blijkt uit het feit dat er alleen vernielingen zijn aangericht maar er “gelukkig” geen spullen uit de kantine werden ontvreemd.

Na het uitvoeren van de nodige spoedreparaties is de kantine nogmaals ten prooi gevallen aan de vandalen en zijn er zaterdagnacht wederom vernielingen aangericht. Er werd weer een raam ingegooid. Ook nu is er geen verdere schade aan het interieur ontstaan. Begrijpelijk dat de leden van onze vereniging geschokt reageerden op deze voorvallen.

Maar de nachtmerrie bleek nog niet voorbij. Maandagavond werd een groep jeugdleden na afloop van hun tennisles door jongeren op brommers en fietsen lastiggevallen en bedreigd. De aangevallen jeugdleden zijn dermate angstig geworden dat ze niet meer zorgeloos naar het tennispark durven te komen om te genieten van hun sport. Dit is een zeer verwerpelijke zaak. Daarom is er dan ook aangifte gedaan bij de politie in de hoop dat de verantwoordelijken van deze misselijke daden opgespoord kunnen worden en tot inzicht kunnen worden gebracht om ze zo het besef bij te brengen dat hun acties alleen maar leed en ergernis veroorzaken en dat er niemand bij gebaat is.

We hopen dat er een einde komt aan dit schandalige gedrag zodat we allen weer als gewoonlijk kunnen genieten van onze sport zonder angst dat iemand je “staat op te wachten”.