Foto aangeleverd

Aangezien ik deze week jarig ben en een mooie leeftijd bereik, kijk ik eens even achterom.
Mijn geboorte was (21 juli) 50 jaar geleden in Zeist. Het was een snoeihete dag en toen ik een paar weken oud was, vond ik (naar ik heb vernomen) ijs – nog steeds mijn verslaving – al heel erg lekker. Mijn ouders verhuisden naar een klein studentenkamertje in Utrecht. Mijn vader studeerde rechten en mijn moeder viool aan het conservatorium. De kamer was gevuld met een bureau, vioollessenaar, twee persoons bed en mijn wieg hing aan het plafond. Toen ik naar de kleuterschool ging, zette mijn leven zich voort in Beek bij Nijmegen. Mijn vader werd daar kandidaat-notaris. Buitenspelen vond ik het leukst. De lagere school deed ik in Nijmegen, met de bus en later op de fiets. Dat was altijd een hele klim want Beek ligt laag en Nijmegen hoog. Op de terugweg konden we (met we bedoel ik mijn zusje Nienke en ik) altijd mooi de berg af fietsen. Dat mocht niet, want die was veel te stijl. Dan was er altijd weer die mevrouw die mijn vader belde om ons te verklikken. Ze zal wel bezorgd zijn geweest, maar toen vonden we haar echt niet aardig. Sociale controle, dat zie je tegenwoordig steeds minder. Gelukkig in onze dorpen nog wel enigszins. Ik ben opgevoed met de boodschap dat je er altijd voor een ander moet zijn en dat je een ander moet helpen als die dat nodig heeft. Deze basis is de grondgedachte van mijn vak.
Ik ging niet meteen naar het VWO en daarna studeren, maar heb een heel traject doorlopen voordat ik op mijn 21e startte aan de Open Universiteit met mijn rechten studie. Daar ben ik aan begonnen omdat ik overdag wat nuttigs wilde doen. Vanaf mijn 15e gaf ik gymnastiek en turnlessen en dat ben ik heel erg lang blijven doen. Als je om 16.00 begint met werken, dan blijft er overdag tijd over om wat anders te doen. De studie rechten bleek naast de turnsport mijn nieuwe passie te zijn. Ik kijk trouwens nu al uit naar de Olympische Spelen 2024 in Parijs. Daar ga ik zeker tickets voor een aantal turnwedstrijden proberen te krijgen.
Op een studenten turnweekend in Heerenveen kwam ik Jan (mijn man) tegen. Die vertelde dat hij uit Bovenkarspel kwam en dat dat bij Lutjebroek lag. Ik dacht in eerste instantie, ‘wat een zwetser’ die plaats komt uit een liedje. Thuisgekomen in Utrecht, ik ben later toch naar overgestapt naar de een reguliere Universiteit, zocht ik toch even in de atlas. Lutjebroek bestond, hij (Jan) was dus toch serieus. Zo begon mijn leven in Westfriesland en ik voel mij er heel erg thuis.

Rinske Mantel-Kooistra
Mantel & Voors Notarissen