Koning Winter.
Eindelijk weer eens wat anders om over te praten.
Daar zijn we als Nederlanders trouwens heel goed in.
Koud weertje, buurman!
Zeg dat wel, doe je voorzichtig op straat?

Koning Winter heeft veel te bieden.
Sneeuw, ijs, kou.
Maar al snel beginnen we over zijn wijze van regeren te mopperen.
Sneeuw.
Eerst vinden we het mooi al dat wit. Bijna een nieuwe wereld.
Koning winter maakt ons blij!
Al snel kleurt de sneeuw grauw als het zich mengt met het stof van de straat.
Dan wordt het glad buiten.
Het leven staat stil, we ervaren ongemak.
En dan gaan we klagen.
Over dezelfde sneeuw die we eerst zo mooi vonden.
En zo gaat het ook met het ijs en met de kou.
Geef mij maar een zonnetje, zeggen we dan.

Koning Winter kan het niet goed doen.
Welke koning trouwens wel?
Hebben we niet van alles aan te merken op onze regering, op onze bestuurders, op onze medici, op het OMT, de GGD?
Eerst zijn we blij, en dan….

Ik ken een Vorst die rijdt op een ezel.
Hosanna! riepen de mensen.
Een week later kruisigden ze Hem.
Eerst blij met Hem, en toen…
Toch heeft deze Vorst veel te bieden.
Een nieuw hart zo wit als sneeuw.
Moed om de ergste kou te trotseren.
Vertrouwen om zelfs over het gladste ijs veilig je weg te vinden.

Van mij mag deze Vorst altijd blijven…

ds. Koos Staat